CdK René Paas over “Wereldlijke macht Kerkelijke pracht”

Foto: Twitter K.D.

Gisteren opende Commissaris van de Koning René Paas de tentoonstelling “Wereldlijke macht Kerkelijke pracht” op landgoed Verhildersum en vandaag publiceerde hij een alleraardigste weblog daarover:

Weblog René Paas

De erfenis van Van Starkenborgh

Nee, er was veel dat haar niet beviel. De inrichting van de kerk. De mensen die er zaten. En het gebrek aan respect en goede smaak. Ze was boos en liet dat de aanwezigen in de Petruskerk in Leens goed merken. Briesend nam zij plaats in de bank van haar familie: Tjarda van Starkenborgh Staghouwer.

Foto: Groninger Archieven

Je kunt in Groningen niet om de naam Van Starkenborgh heen. Zelf woonde ik jaren in de Van Starkenborghstraat. Genoemd naar de burgemeester die later commissaris van de Koningin werd. De enige van mijn ambtsvoorgangers die rechtstreeks door zijn zoon werd opgevolgd. In 1938 opende Koningin Wilhelmina een nieuw scheepvaartkanaal van Groningen naar Lemmer. U raadt het al: het Van Starkenborghkanaal. Vanzelfsprekend.

Wereldlijke macht, kerkelijke pracht

Heel vroeger domineerde de kerk het culturele leven. Ze creëerde in onze provincie een ongekende dichtheid aan romaanse kerken. En ze inspireerde, bestelde en betaalde tal van kunstwerken. In de achttiende eeuw namen de rijke en voorname families die mecenas-rol over. Ze bouwden geen kerken meer, maar verbonden zich er wel mee, door er fors in te investeren. Wat waren hun motieven? Was het een standbeeld voor jezelf of een bijdrage aan een schat in de hemel? Was het wedijver met het prestige van de buren? Of vonden ze dat het zo hoorde en namen ze vanzelfsprekend hun verantwoordelijkheid?

Sinds gisteren is Landgoed Verhildersum Leens weer open. Er is er een bijzondere tentoonstelling: ‘Verborgen Rijkdom: Wereldlijke macht, Kerkelijke pracht’. Het gaat de kostbare inventaris van de Groninger kerken, kloosters en borgen. Je kunt er waarschijnlijk het grootste familieportret van Nederland zien: dat van de familie Tjarda van Starkenborgh. Het meet bijna vier bij drie meter.

De Tesla’s van toen

Voor de feestelijke opening was Anna Habina Lewe, douarière Van Starkenborgh (bijna drie eeuwen na haar overlijden) even tot leven gewekt. Ze was vrouwe van Verhildersum, weduwe van Edzard Jacob Tjarda van Starkenborgh. Een vermogende en machtige vrouw. Ze benoemde in Leens de dominee en de schoolmeester. En ze beheerde de goederen van de kerk. En zij – en niemand anders – had dus opdracht gegeven voor de bouw van het orgel door een jonge orgelbouwer, Albert Anton Hinsz uit Hamburg. In Zandeweer had hij een mooi orgel neergezet. Dat in Leens moest natuurlijk groter en beter worden.Later zou het orgel beroemd worden. Maar ook in de achttiende eeuw was het al een prestige-object. Hi tech. Verbazend complexe machines, waarin met lucht, hout en tin prachtige muziek wordt gemaakt. Gemaakt door vakmensen die de afstand van een reine kwart, een kwint of een terts omzetten in centimeters orgelpijp. Wonderlijke apparaten om je aan te vergapen. De Tesla’s van toen.

Vooral hier, in Noord Nederland. De wedstrijd ging permanent door. Ergens in Friesland kwam een orgel met 60 toetsen. Niet lang daarna kwam er in het buurdorp een orgel. Met 61 toetsen. Nergens in de wereld zijn op zo weinig bunders zoveel schitterende historische orgels te zien. In oktober mocht ik het Schnittger-festival openen, dat zich afspeelt op de talloze door hem gemaakte orgels in de regio. En na Leens verliep de carriere van Albert Hinsz echt stormachtig. Hij zou orgels maken in Almelo, Midwolda, Harlingen, Bolsward en Uithuizermeeden.

Moderne mecenassen

Al die antieke pracht confronteert ons wel met een moderne vraag. Als heel vroeger de kerk en later de landadel de rol van mecenas vervulden, wie doet dat dan vandaag? Wie is er de weldoener van kunstenaars? Wat drijft moderne opdrachtgevers? Wat voor opdrachten geven ze? En welk doel willen ze dienen? Is het de overheid die subsidieert? Zijn het sponsors die naambekendheid willen? Zijn het rijke liefhebbers die willen ondersteunen wat hun smaak is? Of die als moderne Kröller Mullers of Singers hun naam willen verbinden aan schoonheid? Is het prestige of verantwoordelijkheidsgevoel? Of beide?

Waar zit de wereldlijke macht nu? Geld en macht zijn nog steeds niet gelijk verdeeld, maar ten opzichte van de middeleeuwen en de 18e eeuw zijn er grote verschillen. De macht en de middelen zijn vergaand gedemocratiseerd. Er is (bijna een eeuw) algemeen kiesrecht. En niemand wil met de welvaart van zijn grootouders ruilen.

Dat betekent iets voor de ondersteuning van kunst, cultuur en erfgoed. Ook die democratiseren. Ze zijn veel meer dan vroeger een gedeelde verantwoordelijkheid. Hun toekomst leunt op het enthousiasme, de bijdrage en het verantwoordelijkheidsgevoel van veel mensen die iets belangrijk vinden. Die er voor willen zorgen. En die steeds succesvoller zijn in het beheer van de erfenis die erfgoed werd.

Reacties