Monument voor de geschiedenis van de bedrijvigheid in De Marne

Medewerkers aan het boek.
Foto: Berto Merx

Jannes Russchen, voormalig archivaris van de gemeente De Marne, en Arend Gunnink, voormalig directeur van de basisschool De Handpalm in Leens, aanschouwen met onwennige trots een stapel van 280 boeken, in het restaurant Het Koetshuis op Verhildersum. Het ‘Bedrijvenboek de Marne’ wacht op de lezers die hun gereserveerde exemplaar kwamen ophalen.

Het is het moment dat de eindredacteuren afscheid moeten nemen van een klus waar tien jaar over gedaan is, met steun van andere vrijwilligers, om een zo compleet mogelijke inventaris af te leveren van de bedrijvigheid in de 21 dorpen in De Marne. Het is ook een mooi moment voor de Historische Kring De Marne die het initiatief voor het kloeke boekwerk nam.

Voorzitter van de Historische Kring De Marne Menno van Dijk (l.), Arend Gunnink en Jannes Russchen voor de berg boeken.

Het boek is om te genieten. Van ieder dorp voor de periode 1832-2018 is zo nauwkeurig mogelijk vastgelegd wat er aan bedrijvigheid, handel, dienstverlening en ambachten, voor handen was. Dit alleen al verdient een compliment. Er was veel los materiaal voorhanden in gedenkboeken, gelegenheidspublicaties en detailstudies (zoals die naar boderijders en beurtschippers en de boerderijenboeken). Voor iedereen die nou wil weten waar in zijn dorp precies een slagerij is geweest, of waar die melkfabriek in Leens heeft gestaan, is het een juweel van een naslagwerk.

De schoolmeesters in dit gebied kregen in 1828 een vragenlijst toegestuurd over van alles en nog wat. Eén vraag daarin ging over de bedrijvigheid: “Welke Fabryken, Trafyken en Handwerken worden daarin gedreven?” Het is de tijd na de modernisering tijdens de Franse bezetting en steeds meer worden gegevens verzameld, in de burgerlijke stand, door het gemeentebestuur, en door de provincie. Het heeft nog lang geduurd totdat vastgelegd werd wat er ergens gebeurde. Men begon een handeltje, een bedrijf zonder al teveel toezicht van de gemeente.

Een tweede gouden bron voor de auteurs was het Kadaster dat in 1832 werd ingevoerd en waarin op systematische wijze percelen, gebouwen en de uitoefening van een bedrijf werd vastgelegd. En naarmate de tijd vordert kregen de auteurs steun uit de archieven over vergunningen, hinderwet vergunningen, bouwvergunningen. Er werd steeds nauwkeurig vastgelegd wat er aan huizen en percelen gebeurde. Ook stonden de schrijvers en onderzoekers en nazoekers de reeds bestaande collecties ter beschikking van het Visserijmuseum in Zoutkamp, Borg Verhildersum en particuliere collecties zoals die van Wim Mollema. Het is een monnikenwerk geweest om deze gegevens te combineren tot een beeld van een pand, de bewoners en het ambacht of bedrijf dat er werd uitgeoefend. In zijn geheel levert het een groepsportret op van de inwoners in dit gebied tussen het landbouwproletariaat en de boerenklasse. Eigenlijk, de middenklasse, van onderste laag tot de bovenlaag.

Het tankstation in Wehe.

Het boek geeft een doorkijk naar neringdoenden die verdwenen zijn.De bierbrouwers in Den Hoorn, Leens, Eenrum, Pieterburen en Ulrum. De hoedenmakers, de kleermakers, de bakkers, de slagers, de huisslagers, de winkels. Er is in dit gebied nog één ambachtelijke bakker over. Het is een beeld van verandering in de samenleving. Zoals de talloze windmolens verdwenen, ze hadden geen functie meer. Dingen die je tegenwoordig ook niet meer ziet: banken. In Eenrum kon je nog eens kiezen, wat rest is een pinautomaat. Hierin zit de tweede waarde van het Bedrijvenboek. Het documenteren van de opkomst en ondergang van bedrijvigheid. Het mooiste voorbeeld: de melkfabrieken in Wehe en Leens, na de eeuwwisseling uit de grond gestampt, en al vrij snel verdwenen door de concentratiegolven in de zuivelindustrie.

Als kind, ergens diep in het zuiden van het land, leerde ik bij aardrijkskunde dat daar heel hoog op de landkaart bij Kloosterburen een tuinbouwgebied lag. Daar was iets met een eigenaardige grondsoort. Neem het boek erbij en bezie de hoeveelheid tuinbouwbedrijven daar. Op die manier alleen al is het een mooi boek.

De mooiste plek in dit gebied: het benzinestation aan de provinciale weg in Wehe. Op de oude spoorweg van Winsum naar Zoutkamp werd de N361 aangelegd. In 1965 begon F.J. Weber er een SHELL-station, en het staat er nog steeds. Een paar keer veranderd, maar toch. Een icoon van vooruitgang.

De ambities achter het boek waren hoog. Het moest compleet zijn, die beschrijving van bedrijvigheid. Ach, als er hier en daar een kleine omissie in zit, geeft niks. Die mannen en vrouwen hebben een monument van 416 rijkelijk geïllustreerde pagina’s afgeleverd. En daarvoor was er terecht een feestje, afgelopen zaterdag op Verhildersum.

Berto Merx

Russchen, J. en A. Gunnink (eds.): Bedrijvenboek De Marne; ISBN-nummer  978 90 5294 3954, 416 pag, geïllustreerd, gebonden. Prijs € 39,50. Uitgeverij Profiel Bedum

 

 

Reacties

article
110653
Jannes Russchen, voormalig archivaris van de gemeente De Marne, en Arend Gunnink, voormalig directeur van
https://de-marne.nieuws.nl/knipsels/110653/monument-voor-de-geschiedenis-van-de-bedrijvigheid-in-de-marne/
2019-11-18T12:46:57+01:00
https://cdn.nieuws.nl/media/sites/75/2019/11/18123053/jannes2-3.jpeg
Nieuws