Een rijk bestaan in het armenhuis

Foto: De MarneNieuws
Op de lijst van te bezichtigen woningen tijdens de Nationale Monumentendag afgelopen weekend stond ook de woning Tammingastraat 38 te Hornhuizen, voormalig werkhuis van de Hervormde Kerk Hornhuizen.
Een armenhuis of diaconiehuis (soms ook aalmoezeniershuis genoemd) was een tehuis voor een aantal minvermogendenmensen.
Op Wikipedia wordt speciaal verwezen naar Engeland en wel met de volgende tekst:

In Engeland ontstonden na de jaren 1830 werkhuizen, workhouse genoemd. In deze periode was er veel werkeloosheid en armoede. Er was vanuit de overheid een vangnet voor arme mensen, maar dat was op dat moment niet meer houdbaar. Op grond van nieuwe wetgeving hadden armen geen recht meer op liefdadigheid, tenzij dezen in een workhouse gingen werken. ZIj moesten daar onder andere stenen breken en botten fijnmaken om meststoffen te winnen. Het leven in deze workhouses was net als in Nederland hard.”

Bij het toegangshek kondigt uw verslaggever van De MarneNieuws zijn komst aan, een stem met licht Engels accent roept dat ik verder kan komen. Een vriendelijk ogende man stelt zich voor als Pieter en gaat me voor de woning in. In de woning een tweede bewoner, Geoffrey, ook al één en al aardigheid en vriendelijkheid.

Pieter op zijn favoriete plek, de praatstoel                      

Hoelang wonen jullie hier al?

Geoffrey: Officieel staan we nu acht jaar ingeschreven op dit adres. We komen uit Engeland, Pieter uit Londen en ik uit Yorkshire. Pieter is afgestudeerd apotheker en werkzaam in de farmacie en ik heb een studie afgerond over Afrika.

Vertel eens over de woning

Pieter: Het was in het begin erg moeilijk om hier te wonen. Het was niet alleen primitief, het was zelfs gevaarlijk. De woning had maar één gaskachel en was nauwelijks warm te krijgen. Er was niet echt een douche, meer een sproeier in een hoek. Sommige  elektriciteitsdraden lagen open en bloot. Het was erg vochtig en omdat er nauwelijks geventileerd werd, hadden we veel zwam en schimmel. ‘Ach, en weet je nog die waterleiding” valt Geoffrey in ‘ wat een gedoe als die weer eens bevroren was’.

Wat trok jullie dan wel aan?

Pieter: De woning had iets speciaals, het was net thuiskomen. We wisten dat het iets heel moois zou kunnen worden. Ook het dorp vonden we vanaf het eerste begin prachtig. De mensen zijn heel vriendelijk. Het is hier van leven en laten leven, maar ook klaarstaan voor elkaar. De populatie is heel divers, van hoogopgeleiden tot arbeiders, kunstenaars. Fransen, Belgen, Duitsers en twee Engelsen dus, haha. Iedereen heeft respect voor de ander. Er zijn al best veel oude vrienden overleden de laatste jaren, maar ook de nieuwkomers passen zich weer heel snel aan. In het begin spraken we nauwelijks Nederlands. Dan kwam de timmerman om over het werk te spreken, maar we wisten niet eens waarover hij het had. We hebben trouwens heel veel hulp gehad bij het verbouwen van de woning.’

De woning lijkt nu in prima staat te zijn, de mannen hebben er, met behoud van het karakter, iets moois van gemaakt. De ijzeren raampjes bijvoorbeeld zijn origineel en door voorzetramen te plaatsen zijn ze toch geïsoleerd. Jeoffrey: ‘Een zelfde soort raampjes zijn ook in de dorpskerk verwerkt’.

Het interieur is strak en modern. Binnen doet niets blijken dat je in een voormalig werkhuis bent. Het is behaaglijk en mooi, vooral de bewoners.

Beschrijving
Inleiding
WERKHUIS van de Nederlands Hervormde kerk van Hornhuizen gebouwd in het derde kwart van de 19de eeuw in een Ambachtelijk-traditionele bouwtrant. Het pand is nu in gebruik als woonhuis. In de loop der tijd hebben enkele wijzigingen plaats gevonden aan het pand. De achtergevel (noord) is opnieuw opgemetseld, het dak is deels gerestaureerd aan de achterzijde, waarbij er drie dakramen in het dak zijn geplaatst. Tevens is het huis voorzien van nieuwe binnenmuren en van een aantal ventilatieroosters.
Het pand ligt aan de doorgaande weg door het dorp, met de lange kant evenwijdig aan de weg.

Omschrijving
Eén bouwlaag hoog WERKHUIS op rechthoekige plattegrond, opgemetseld in rode baksteen en gedekt door een wolfdak met aankapping aan de achterzijde. Op het dak geglazuurde blauwe platte Friese pannen; aan achterzijde (noordzijde) oranje Hollandse pannen; op beide hoeknokken een gemetselde schoorsteen. Zuidgevel heeft een metalen bakgoot ondersteund door ijzeren beugels, westgevel een niet-originele bakgoot, oost- en noordgevel een metalen mastgoot. Aan de voorzijde (zuidzijde) bevindt zich een opgeklampte voordeur met halfrond bovenlicht; bovenlicht heeft spitsboogachtige roedenverdeling en wordt beëindigd door een rollaag van gele baksteen. Aan weerszijden van voordeur drie rondboogvensters met gietijzeren roeden en aan bovenzijde een rollaag van gele baksteen. Westgevel heeft een zelfde rondboogvenster als voorgevel en een kleiner verticaal venster; keldervenster is dichtgemetseld; in topgevel vlechtwerk van baksteen. Oostgevel heeft eveneens een zelfde rondboogvenster als voorgevel en een verticaal venster; in topgevel zoldervenster met houten luik en vlechtwerk van baksteen.
Het INTERIEUR valt wegens wijzigingen buiten de bescherming van rijkswege.
Waardering
Werkhuis uit derde kwart van de 19de eeuw van algemeen cultuurhistorisch belang:
– als voorbeeld van een eenvoudig werkhuis uit de derde kwart van de 19de eeuw in de provincie Groningen
– vanwege de sobere vormgeving in Ambachtelijk-traditionele bouwtrant
– vanwege de redelijke mate van gaafheid van het exterieur
– vanwege de ligging aan de doorgaande weg in het dorp Hornhuizen

Reacties