‘Wanneer gaan we nou hard fietsen?’

‘Ik viel bijna,’ stamelt een meisje, met nog maar één traan op de wang. De tweede volgt er meteen op. Jeroen, assisterend vrijwilliger springt van zijn fiets, troost haar en helpt haar weer op het racefietsje. ‘Wanneer gaan we nou eindelijk hard fietsen?’ roept een uit de kluiten gewassen ventje al voor de derde keer. Ik sta op de Damsterweg in Kloosterburen. En voor me staan 15 leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool Mandegoud die ik een clinic wielrennen moet geven.

Want het wielercomité van Kloosterburen had bedacht dat het wel zo leuk zou zijn om voorafgaand aan de Ronde van Kloosterburen van aanstaande zaterdag  de kinderen van de bovenbouw van de plaatselijke school op een prettige manier kennis te laten maken met wielrennen. Afijn, uiteindelijk komt men bij de ploegleider/hoofdtrainer van het Young Talents Cycling uit Warfhuizen terecht die natuurlijk met de ploegleiderswagen bij zich even wat bling-bling neerzet. Immers, wielrennen is een reclamezuil die zich op wielen voortbeweegt.

Met vrijwilligers – Jeroen, Saskia, Kees en Ben van de plaatselijke fietsclub – lukt het om binnen tien minuten 15 kinderen redelijk passend op een fietsje te krijgen, met helm. Altijd helm op.  Bij een enkeling moeten we nog ingrijpen omdat deze jonge renner zijn  schoenveters niet gestrikt heeft.  In de brandende zon werken we oefeningen af om het gevoel te krijgen van wat een racefiets  anders maakt. En dat gaat lekker. Het kan ook niet anders. Met 15 kinderen is de groep volgens de handboeken van het ideale pedagogisch-didactisch maximum dat de trainer de ‘ideale span of control’ biedt om de macro en micro aandacht op ideale wijze te verdelen en tegelijk de vrijwilligers adequaat aan te sturen, dus.  Oui, oui, je moet als trainer wel wat meer weten dan dat een fiets twee wielen heeft………

Dan doen we de beheerstest.  Ik sta op straat en de renners moeten naar mij toe rijden en precies voor mijn voeten stilstaan. ‘Gaat dat wel goed?’ vraagt een van de vrijwilligers. Ja dat gaat heel goed. Die renners zijn namelijk bang dat ze tegen mij oprijden en doen dat dus heel voorzichtig (en terecht natuurlijk, tegen mij oprijden is een dikke slag in het voorwiel). We herhalen de oefening een paar keer totdat iedereen het gemakkelijk doet. Het verborgen doel van deze oefening is natuurlijk dat de renners snel, precies, nauwkeurig reageren en niet bang zijn om ergens tegen op te rijden. Zeg maar: het aanwakkeren van zelfvertrouwen.

Dan is het moment er waar alles om draait. We gaan rijden. Een rondje om Kloosterburen-Noord. Naar Kruisweg, rechts af en rechts aan houden. Wat gewoon fantastisch is, is dat de meerijdende vrijwilligers precies aanvoelen wat veilig en onveilig is. Ik heb er geen omkijken naar. 

Mijmerend over Kloosterburen denk ik aan burgemeester Jan Leegwater. Begin jaren tachtig zette deze wielerliefhebber de Ronde van Kloosterburen op de kaart, met de bloeiende club De Marnerenners, gesponsord door een vrachtwagenmerk. De uit de Hollandse bollenstreek afkomstige Leegwater had ook nog een andere passie: bloembollen. Dus duwde en trok hij de kar om in dit gebied de bloembollenteelt van de grond te krijgen. Ik werkte toen voor het Nieuwsblad en na de raadsvergadering die in Kloosterburen nooit langer dan drie kwartier duurde, nodigde de burgervader me altijd uit om in zijn werkkamer de vergadering na te bespreken.  Met een ballonnetje cognac en een sigaartje uit het kistje dat hij altijd in de rechter la van zijn bureau  had liggen. Kom daar tegenwoordig nog maar eens om, om zo’n burgemeester. Later, toen hij burgervader in Scheemda was, kwam er een wielerronde in Scheemda…….. en bloembollenteelt.

En dan nu de finale. De renners moeten als bij een echte start opstellen en dan zo hard mogelijk de Damsterweg afrijden, twee kilometer, en bij de kruising omkeren en zo hard mogelijk terug. Whaa man, er zijn er een paar die een mooi potje fietsen.

Zaterdag zie ik de renners weer, bij de Dikkebanden Race. Een wedstrijd voor jeugd met eigen gewone fiets. Ik kan je nu al voorspellen wie gaat winnen. Bij de evaluatie (ja, dat moet ook, volgens de handboeken, feed back vragen) dringen de renners er op aan dat volgend jaar weer zo’n clinic wordt gegeven, maar dan langer. Tja, daar ga ik niet over. Het is wel een mooi compliment voor de vrijwilligers van de wielerclub en het wielercomité van Kloosterburen.

Tekst: Berto Merx, ploegleider NWVG Young Talents Cycling Team

Reacties