Herdenkingstenen in Ulrum voor slachtoffers nazi-tijd

Gijs Rutgers en Harmjan Visser met Demnig.
Foto: Berto Merx

ULRUM – Het is doodstil, aan de Stationstraat in Ulrum. De stilte van 40, 50 man publiek die het leggen van de herdenkingsstenen bijwonen voor Lewi en Rachel van Geuns. Twee  inwoners van het dorp, slachtoffers van de jodenvervolging. Het enige geluid is het krassen van een troffel, het tikken van een hamer dat veroorzaakt wordt door de legger van de stenen, de Duitse kunstenaar Gunter Demnig.

Demnig is de bedenker van de Stolperstein. Een steen van 10 bij 10 centimeter, metaal-legering,  die bij het huis, de woning, van een slachtoffer van de nazi-tijd in de stoep wordt gelegd. “Op dit moment liggen er 70.000 stenen in 24 landen, zegt Demnig in Ulrum waar hij de stenen voor het echtpaar Van Geuns zelf heeft gelegd. “Waar het me om gaat is dat de slachtoffers en het gedenken van wat hen is overkomen concreet is, herkenbaar in het alledaagse leven.” Hij heeft weinig tijd, hij moet weer op weg met de rode bestelwagen, ingericht als een werkplaats voor stratenmakers, naar de volgende steenlegging.

Het 4-mei comité van Ulrum is de initiatiefnemer van het aanbrengen van vijf van deze gedenkstenen in het dorp bij de adressen waar de slachtoffers gewoond hebben. “Het is een impuls om de herdenking levend te houden,” zegt Hans van der Heide van het comité. “Toen alles rond was voor het plaatsen van de stenen, had ik een dubbel gevoel. Blij en trots dat ze er komen en tegelijk het tragische, het verschrikkelijke waar deze stenen naar verwijzen.”

Gunter Demnig bezig de stenen te leggen.

Burgemeester Koos Wiersma haalde een brief aan die hij kreeg van de heer Gaasterland oud-Ulrummer die in de Stad woont en niet aanwezig kan zijn. “Ik herinner me nog hoe twee mannen, Lucas en Hellinga op een middag op de kruising van de Singel en de Leensterweg met hun plunjezakken op weg waren naar de bushalte. We maakten wat grapjes met elkaar. Deze herinnering is me altijd bijgebleven,” zo schrijft hij over de twee mannen die waren opgeroepen om verplicht voor de Duitsers te werken en op het punt stonden hiervoor Ulrum te verlaten. En niet meer terug kwamen. ”Het is een kleine herinnering, alledaags,”zei Wiersma. “Velen van ons hebben de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt. We leven in een tijd dat we geen oorlogsgeweld om ons heen meemaken. Daarom is het levend houden van de herinneringen aan de verschrikkelijke tijd van oorlog belangrijk om te beseffen hoe waardevol vrede is,” zo zei hij.

Demnig veegt de laatste resten voegspecie van de twee stenen weg. Gijs Rutgers en Harmjan Visser leggen een roos bij de stenen. Zij zijn leerlingen van de H. de Cockschool. De school zal de stenen adopteren. Dan gaat het gezelschap verder. Naar het woonhuis van Klaas Luidens aan de Marktstraat, in Bedum bij een razzia opgepakt en in een werkkamp gestorven aan ondervoeding en ziekte. Naar de Asingastraat waar Jan Hendrik Lucas woonde. Zeeman, voor de Arbeidsdienst opgeroepen en omgekomen toen het schip op  30 september op een zeemijn liep. Naar de Trekweg waar Jelle Hellinga woonde, ook zeeman in de Arbeidsdient, omgekomen op hetzelfde schip.

Uit Stadskanaal woont Alie Noorlag de plechtigheid bij. Het comité in Stadskanaal heeft de afgelopen jaren 142 struikelstenen gelegd. “Het werkt. We hebben de 4-mei herdenkingen. En je ziet dat de stenen het hele jaar door leven. Mensen leggen er bloemen bij , de buurt zorgt voor het onderhoud. Er zijn groepen die de route langs de stenen afleggen, wandelend of met de fiets.”

Een struikelsteen, een oneffenheid in de stoep. Buigen om de naam te lezen en even geraakt worden door het lot dat de naam op de steen getroffen heeft. Zie, een mens.

Tekst en foto’s: Berto Merx

Reacties